De ervaringen van de ouders
van KAYLEE TIMMERMAN
Kaylee werd geboren op 21 juni 1993 na een zwangerschap van 41,5 week. Haar
start was, ondanks een geringe benauwdheid, goed. Er leken geen problemen te
zijn, totdat het ons opviel dat Kaylee weinig krachtige bewegingen maakte, en
dat ze haar hoofdje nauwelijks op kon houden. Ook na een bezoek aan de
kinderarts in het streekziekenhuis werd er niet aan iets ernstigs gedacht. Toen
zij op de leeftijd van vijf maanden heel slap werd na een antibioticakuur, werd
er alarm geslagen bij een academisch ziekenhuis. De professor neurologie
constateerde ernstige problemen, en veel onderzoek volgde. Totdat Kaylee twee
jaar was, zijn we aan het zoeken geweest naar een verklaring voor haar
problemen. Er werden voortdurend geen aanwijzingen gevonden, alles was goed. Dit
laatste, je kind gehandicapt te zien zonder duidelijke oorzaak, is voor ouders
niet aanvaardbaar!! We besloten door te gaan met alles wat mogelijk was, maar na
zoveel onderzoek werd de kans op het vinden van een diagnose wel heel klein.
Totdat we begin oktober 1995 bericht van een vriendin van ons kregen, dat er bij
SBS een uitzending was geweest over een jongetje dat bijna dezelfde symptomen
vertoonde als Kaylee. Er was een spectaculaire ontdekking gedaan door een
Bredase kinderneurologe. Ze had het postbusnummer genoteerd dat werd gegeven, en
zij heeft namens ons geschreven naar de ouders van Sebastiaan. Met Kaylee ging
het op dat moment niet zo goed, en eerlijk gezegd verwachtten we er niet veel
van… Totdat we het levensverhaal van dit jongetje in handen kregen.
ONGELOOFLIJK, zoveel gelijkenis ! We besloten deze arts te raadplegen, en deden
bij de brief een foto van Kaylee. Kort daarna mochten we bij haar komen, en toen
is het wonder voor ons eigenlijk begonnen !!!! Vijf weken na een ruggenprik
werden we gebeld door deze arts, dat gebleken was dat Kaylee dezelfde stof miste
als Sebastiaan. Inmiddels hadden deze ouders in een T.V.-uitzending veel over de
ontwikkeling verteld. We wisten dus maar al te goed wat dit zou kunnen
betekenen, alhoewel dit natuurlijk niet wil zeggen dat het bij ons ook zo
voorspoedig zou gaan. Maar we hadden hoop !! Op 1 februari is Kaylee opgenomen
in het Bredase ziekenhuis, en op 4 februari is er met de medicijnen gestart. Op
de zaterdag ervoor zijn Sebastiaan en zijn ouders bij ons in het ziekenhuis
geweest, en het leek direct of we elkaar al jaren kenden.
Er was zoveel gelijkenis omtrent de ziekte en samen met de ouders van het
jongetje dat naast Kaylee lag, hebben we uren lang ervaringen uitgewisseld.
Kaylee was in tegenstelling tot de twee jongetjes als enige erg slap. Dat bracht
ons even in twijfel of ze wel zo goed op de medicijnen zou gaan reageren, maar
na één dag was er al heel veel verschil te merken. Het is ongelooflijk wat je
dan als ouder meemaakt, na een periode van ruim twee jaar onzekerheid. Je moet
je kind weer helemaal opnieuw leren kennen, maar het is elke dag weer een feest
om te aanschouwen wat een enorme ontwikkeling ze doormaakt. Ze begint nu pas
echt te leven !!! Zowel op geestelijk als lichamelijk gebied gaat ze goed
vooruit, maar er zal nog hard gerevalideerd moeten worden om de opgelopen
achterstand in te kunnen halen. Daar zetten we ons nu voor 100% voor in, we zien
de toekomst weer rooskleurig tegemoet. En met de stichting "De Ontbrekende
Schakel" die Philip en Agnes aan het opstarten zijn, hopen wij dat bij nog meer
patiëntjes deze diagnose gesteld zal kunnen worden : Dit nieuwe levensgeluk is
iets wat je een ieder toewenst.«
José en Erik, Ouders van Kaylee
Vervolg van de ervaringen van de ouders van KAYLEE TIMMERMAN
Amersfoort, April 1998
Tijdens het schrijven van dit verslag realiseer ik me maar al te goed, wat
een enorme ontwikkelingen er zijn geweest. Vanaf het moment van het eerste
medicijn, tot op heden , nu 2 jaar en 3 maanden later……… In augustus 1996, is
Kaylee naar een therapeutische peutergroep gegaan. Ze zat in een groepje vrij
zelfstandige kinderen, en had het direct erg naar haar zin. Ze kreeg haar
therapieën (logo-, ergo,-fysio-) in een frequentie van 2 a 3 keer per week. Ze
ging goed vooruit, therapeuten en artsen waren erg geďnteresseerd in dit
ziektebeeld en volgden haar ontwikkelingen op de voet. Ook wij als ouders werden
bij deze revalidatieprocedure nauw betrokken. Een zeer prettige samenwerking,
wat vooral Kaylee ten goede kwam! In de klas was zij de enige die niet
zelfstandig kon lopen. Dit werd opgelost met een loophulpmiddel, "de walkabout"
waarin zij vast in gordels, haar eigen weg kan kiezen. Wat had ze een plezier.
Toen Kaylee steeds steviger werd begon ze mee aan de hand te lopen. Even dachten
we dat ze misschien altijd wel een hulpmiddel nodig zou blijven hebben. Tot
kerst 1997, van het ene moment op het andere wilde ze iets aan haar oma laten
zien, en liep er los naar toe. Verbaasd stonden we te kijken. Ze was het
zichzelf niet bewust. We riepen:" Je loopt." En toen ging het steeds verder, van
deur naar keuken, ed. Ze bleef lopen, en riep ik kan het zelf!! Haar glunderende
ogen zullen we nooit meer vergeten. Dat het toch zover gekomen is, we voelen ons
regelmatig de rijkste op aarde. Ook de psychische ontwikkeling van Kaylee is met
zoveel sprongen vooruit gegaan, dat we rustig kunnen zeggen dat ze momenteel
gelijk staat aan haar "gezonde" leeftijdsgenootjes met dezelfde streken. Ze
heeft een gezonde redenering over allerlei dingen, spreekt in tt en verleden
tijd, en haar staalproductie cq. Begrip komt al aardig op niveau. De testen
wijzen uit dat ze haar achterstand bijzonder snel inhaalt. In januari 1998 is
Kaylee gestart op de mytylschool, ook hier was zij snel gewend. Er word hier dan
ook nog meer van haar verwacht, en regelmatig komt ze dan ook doodmoe thuis.
Kaylee is een meisje dat doorzet, met zonodig al haar energie, en dat gaat nog
wel eens ten koste van haar krachten. Vooral het buitenspelen met vriendjes en
vriendinnetjes is haar zeer gelieft,ook al is ze te moe, ze gaat door, net als
alle anderen. In deze dingen beseft ze zich nog niet, dat het voor haar allemaal
anders gaat. Wat de andere kinderen doen, wil zij ook graag. Het zelf kunnen
lopen heeft haar enorme voldoening gegeven, en ook fietsen (op haar driewieler)
of rijden op scooter of skelter gaat haar momenteel goed af. Ze kan echt
meespelen, daar sta ik uit het keukenraamkijkend, vaak van te genieten. Ik had
niet gedacht dat ze dit zou bereiken. Het lijkt vaak nog steeds een droom.
Momenteel zijn we alert op onze opvoedkundige taken, om haar mentaliteit een
beetje in goede banen te leiden. Het is een ondeugd , en haar dwarse buien zijn
niet te min. Natuurlijk een gezond teken, maar wel lastig. We hopen dat haar
ontwikkeling zo door mag gaan, en doen ons best haar hierbij zoveel mogelijk te
begeleiden.
Op 11 Augustus 1997, heeft Kaylee er een broertje bij gekregen, waar ze enorm
blij mee is. Onze zoon Dylan, is in Oktober 1997 bij Dr de Rijk getest op THD,
maar hij is gelukkig gezond!! We vinden het heel erg leuk het ontwikkelen van
een kind in de eerste maanden, nu zonder zorgen mee te mogen maken, het is
allemaal zo anders nu. We waren ons terdege bewust van het verhoogde risico
betreft de ziekte THD (25%) en hebben besloten na een gesprek bij het genetisch
centrum, geen verder onderzoek te doen tijdens de zwangerschap. Aan THD is iets
te doen. We hadden er beide een rustig gevoel over, een spannende tijd, dat wel.
Maar niemand die zwanger is, heeft garantie op een gezonde baby, eer zitten
eigenlijk altijd risico's bij. Na zijn geboorte ging het direct prima, een
beweeglijk kindje. Hij voelde stevig aan, hield al snel zijn hoofdje op, waarop
we nu natuurlijk extra veel op letten. Toen we de definitieve uitslag kregen dat
het goed was, waren we echt helemaal gerust gesteld. We genieten elke dag heel
veel van deze twee kinderen.
Erik en Jose, Ouders van Kaylee en Dylan.
De ervaring van de ouders van MIKE COENDERS
De zwangerschap van Mike ging goed tot 5 weken voor de uitgerekende datum. Er
was vruchtwater te weinig en Mike groeide niet goed. Bedrust dus. Na 5 weken
bedrust werd Mike geboren op 14 september 1992. Het was een gezonde jongen.
Zwaar en groot was hij niet. Na de bevalling bibberde Mike. Hij kreeg voor de
zekerheid gelijk antibiotica. Gelukkig was het niks. Dus mocht Mike mee naar
huis. Toen Mike 4 maanden oud was, merkte het consultatiebureau dat als Mike op
zijn buik lag zijn benen begonnen te bibberen. We moesten met Mike gelijk naar
de kinderarts. Diezelfde dag konden wij terecht.
Later kreeg hij steeds meer van die bibbers en zijn armen en benen werden
stijver. Hoofdbalans had hij ook niet. Wij zijn toen doorgestuurd naar het
Academisch ziekenhuis, naar de afdeling neurologie. Alle onderzoeken waren goed
en er was niks bijzonders te zien op de foto's en de scan. Mike zal nooit wat
gaan doen werd er gezegd. Na veel tobben belde mijn vader over een programma dat
hij had gezien bij SBS 6. Het ging over een jongetje dat precies op Mike leek.
Wij mochten 14 december 1995 bij Dr. De Rijk-van Andel komen. Intussen hadden
wij dingen gevraagd over de afloop van Sebastiaan. Dat gaf ons goede hoop.
Hoewel wij wel in gedachten hielden dat ieder kind anders is. En het met Mike
misschien wel anders af zou lopen. Na het onderzoek van Dr. De Rijk-van Andel
werden we gebeld dat Mike inderdaad de stof dopamine tekort had. We sprongen een
gat in de lucht. Eindelijk eens goed nieuws. 2 Februari 1996 moesten we met Mike
naar het Ignatius ziekenhuis voor opname. Daar lag Kaylee, waar we nooit op
gehoopt hadden, want voor ons gevoel waren we alleen. We zijn met de ouders van
Kaylee in gesprek gekomen, het was zo toevallig dat alles overeen kwam. Samen
hebben ze nog een aantal onderzoeken ondergaan. De ouders van Sebastiaan zijn
ook langs geweest, zo heb je veel steun aan elkaar. De dag dat ze hun eerste
medicijn kregen waren we vrij nerveus. Je zit dan te denken, zal het aanslaan ?
Bij Kaylee zag je snel resultaat, maar bij Mike duurde het wat langer, maar hij
ging vooruit. Het was een grote opluchting je kind zo te zien veranderen. Wij
hopen dat bij alle patiënten die deze stof missen het net zo goed gaat als bij
Mike. En dat er op deze manier een hele hoop patiënten geholpen kunnen worden.
Hou in ieder geval goede moed !!!!«
Tonny en Floor ouders van Mike
De ervaringen van de ouders van CINDY STOOP.
Cindy werd geboren op 20 januari 1993 na een normale zwangerschap en een
normale bevalling.
De eerste drie maanden verliep alles prima, na die tijd hadden we zoiets van,
nu moet je toch wel eens wat gaan doen. Op het consultatiebureau volg je slecht
met je ogen naar voorwerpen, terwijl je dit thuis wel doet. Door naar de
oogarts, conclusie: gewoon een dromertje. Met 6 maanden zitten we bij de
kinderarts, deze zegt gelijk dat er wat aan mankeert. Er volg een opname van 8
dagen, met een scala aan onderzoeken zoals: bloed, urine, ontlasting, MRI scan,
ruggenprik, E.E.G. enz. enz. Cindy werd gelijk in een spreidbroek geplaatst want
haar heupen stonden ook niet goed. De kinderarts had al gezegd dat er 9 van de
10 keer niets uitkomt. Bij ons kwam er ook niets uit, dan denk je nog dat het
allemaal wel goed komt. In oktober 1993 in het A.M.C. te Amsterdam geweest bij
Dr. Bart, ook deze kon niets vinden. Tevens is er een EEG gemaakt omdat ze
aanvallen had (stijf, en een kromme holle rug), gelukkig geen epilepsie, wat het
wel was wist niemand. Wat ondertussen wel duidelijk was dat we een zwaar
gehandicapt kind hadden. We zijn ook onder behandeling gekomen bij een
erfelijkheidsarts, weer bloed afgenomen en werd er zelfs een stukje van haar bil
gehaald, de uitslag hiervan was negatief, niets gevonden. Cindy is niet goed,
maar wat het wel is weet niemand. We blijven doorzoeken. Thuis gaan
fysiotherapie en logopedie gewoon door. Ons huis en onze auto zijn inmiddels
aangepast aan Cindy. We blijven onder behandeling bij diverse specialisten
zoals: kinderarts, neuroloog, revalidatiearts, fysiotherapeut en orthopeed. Dan
daags na de tv-uitzending van de Tros Tv-show worden we door verschillende
mensen gebeld, 'n jongetje op tv lijkt precies op Cindy. Omdat dit door meer
mensen werd bevestigd, heb ik een afspraak bij Dr. De Rijk-van Andel gemaakt in
Breda. Zo kom ik aan het adres van de Fam. Dekkers en bij hen hebben we de
beelden besteld van de Tv-show. Sommige beelden van Sebastiaan kwamen overeen
met Cindy, sommige zo sterk dat we er kippenvel van kregen. Sebastiaan was net
als Cindy en krijgt door middel van medicijnen seintjes door van de hersenen,
waardoor hij nu loopt en functioneert als kleine kinderen van zijn leeftijd (met
achterstand). Op 6 maart 1996 zitten we voor het eerst bij Dr. De Rijk-van Andel
en zij vond dat Cindy veel op Sebastiaan leek. Ik maakte een klein sprongetje op
mijn stoel van blijdschap. We moeten nog een keer terugkomen voor een nucleaire
scan, maar omdat we van ver komen mogen we gelijk bloed laten afnemen en een
ruggenprik bij Cindy laten doen. Op 26 maart 1996 gaat 's morgens om 9.30 uur de
telefoon, of we naar Breda willen komen en moeten rekenen op een verblijf van 10
dagen. Het blijkt dat Cindy hetzelfde mist als Sebastiaan. Spannend, ik wist
niet of ik nou moest huilen of lachen. We hebben zelf zoiets van, eerst zien dan
geloven want sprookjes bestaan niet. Tijdens het verblijf in Breda volgen nog
een EEG en een scan. Zaterdag 28 maart 1996 wordt de eerste dopamine toegediend.
Zondags kijkt Cindy "wild" uit haar ogen. Woensdag daarna beweegt ze enorm veel.
Donderdag draait ze zich half om haar as. Daarna volgt de beweging van rug naar
zij, van rug naar buik, het pakken van speelgoed en haren trekken. We hebben een
heel ander kind. Voorheen lag ze stil op de grond, en kon ik haar rustig op de
commode leggen en een half uur iets anders gaan doen. Dit kan nu allemaal niet
meer dankzij Dr. De Rijk-van Andel en de dopamine. Cindy is een heel ander kind
geworden.
Was dit nooit in het nieuws op tv. gekomen, dan waren wij er waarschijnlijk
veel later (of nooit) achter gekomen en was Cindy ook ouder geweest en weet je
niet hoe het dan gaat i.v.m. het functioneren van de hersenen. Er ging een heel
andere wereld voor ons open. Doordat je een ander kind hebt gekregen reageer je
zelf anders, je bent heel enthousiast over je kind. Als mensen om je heen
voorheen aan je vroegen hoe het ging met Cindy zei je zoiets van: Oh, zijn
gangetje. Nu zeg je hartstikke goed !!! Ook kennissen zien de verandering aan je
kind en aan de ouders, nl, je straalt het gewoon uit dat het thuis goed gaat. En
zo hebben we heel wat onderzoeken gehad en uiteindelijk na 3 jaar toch gelukkig
wat gevonden. Het is niet alleen dat er nu een naam voor is en dat je weet wat
je dochter heeft, maar er ook nog een medicijn voor is die de toekomst voor
Cindy er heel anders uit laat zien. Wat de toekomst brengt dat zien we wel, maar
sprookjes bestaan er nog wel voor ons en ik hoop ook voor anderen.«
Monique en Frank ouders van Cindy
De ervaringen van de ouders van FRANK
LENSELINK.
Frank werd geboren op 2 februari 1989. De zwangerschap verliep voorspoedig,
evenals de bevalling.
Frank leek een gezonde baby, er waren geen problemen.
Toen hij ongeveer 9 maanden oud was, begon het ons op te vallen dat hij slap
was in zijn spieren.
O.a. was het voor Frank heel moeilijk om zonder steun zijn hoofd omhoog te
houden. Ook was het voor hem niet makkelijk om wat vast te pakken en vast te
houden. Toen Frank ruim een jaar was, deelde de huisarts onze zorgen. Frank kon
niet zelfstandig zitten, het omrollen, wat eerder wel lukte, ging niet meer. Ook
kruipen kon hij niet. En opvallend was het vele kwijlen. De reeds gestarte
fysiotherapie was zonder succes. Een bezoek aan het ziekenhuis volgde. De
kinderarts aldaar zag eveneens grote motorische problemen. Er volgde maanden van
vele onderzoeken, maar allemaal zonder resultaat. Intussen was het duidelijk
geworden dat Frank een enorme spraakachterstand had. En ziek was hij ook vaak
(griep).
Tijdens zijn ziek zijn lag hij dan de gehele dag op bed. Recht op zitten
lukte niet vanwege de vermoeidheid en krachteloosheid. Maar een oorzaak voor dit
alles werd nooit gevonden. Zo verstreken de jaren. Frank zat in een rolstoel en
er waren meerdere hulpmiddelen in huis. Ook werd het huis aangepast. Hij ging
vanaf zijn vierde jaar naar Arnhem naar school, de mytylschool. Ondertussen kon
hij wel staan en voorzichtig wat pasjes aan de hand meelopen. Maar verder zat er
geen vooruitgang in .
In december 1995 zagen we de bewuste uitzending van de Tv-show.
De gelijkenissen tussen Frank en Sebastiaan waren opzienbarend. Frank toen al
bijna 7 jaar.
Toen we de maand er na voor controle in het ziekenhuis kwamen, was de
kinderarts bereid om wat informatie proberen te krijgen over deze ziekte. Er
werd contact gezocht met het St. Radboud, waarna onderzoek volgde.
Tot onze grote verbazing werd in maart 1996 bij Frank dezelfde diagnose
gesteld. Na de uitslag van de 2e ruggenprik werd Frank onmiddellijk in het St.
Radboud opgenomen. En op 12 april startte Frank met de L-Dopa. Binnen een dag
waren er grote veranderingen zichtbaar. Hij kon behoorlijk praten, kwijlde nog
nauwelijks, soms wat verkrampte houding werd ontspannen. En met een paar dagen
kon hij zelfstandig gaan zitten. Wel had hij last van motorische onrust
(ongecontroleerde bewegingen). Dit was het gevolg van een te hoge dosis
L-Dopa. De L-Dopa werd verlaagd en de bijwerkingen verdwenen langzaam. De
vooruitgang ging maar door. Na een half jaar medicijn gebruik kon hij
zelfstandig lopen!! Nu zijn we ruim een jaar verder. Soms lijkt het nog steeds
een droom. Het gaat fantastisch met Frank. Alles gaat steeds beter. Motorisch
gezien moest hij veel leren, maar zo langzamerhand zijn er de dag door nog maar
weinig dingen waar we hem mee moeten helpen. Vele hulpmiddelen verlaten het
huis.
Ook gaan we er nu aan werken om hem naar een gewone basisschool te laten
gaan.
En Frank zelf? Het leven is een groot feest voor hem geworden. Hij is een
vrolijke jongen, die overal op af gaat.
En als het weer tijd is voor zijn medicijnen (3 x daags) komt ze zelf al bij
ons halen. Hij weet maar al te goed dat deze medicijnen hem gebracht hebben,
daar waar hij nu is.
Jeanette en Tonnie ouders van Frank.