WJKA Int. Stage o.l.v. Sensei R. Sidoli en Sensei J.Knobel te Roosendaal
Op
17 en 18 April werd een stage georganiseerd voor alle leden van JKA nl. Ondanks
de geringe opkomst van vooral de Nederlandse delegaties, was de stage toch
behoorlijk bezet. Waar onze Nederlandse karateka’s het lieten afweten, maakten
onze buitenlandse leden het meer dan goed. Belgie en Duitsland hadden een
afvaardiging gestuurd, de Nederlandse vertegenwoordiging bestond hoofdzakelijk
uit karateka’s van Umo en van Elburg. De trainingen, gegeven door sensei
Sidoli (7.dan UK) en ondergetekende, stonden in het teken van Sen no Sen. Vooral
het “leren” zien van de bewegingen en het anticiperen op de bewegingen van
de tegenstander werden door sensei Sidoli op deskundige wijze benaderd. Vele van
ons kende deze manier van trainen al, maar waren toch verbaasd te horen dat men
in Japan pas kort met dit soort trainingen weer was begonnen. Sensei Sidoli
benadrukte vooral, dat men in Japan weer terug wilde naar de tijd voor 1972,
toen Kanazawa sensei de JKA verliet. Volgens velen werd voor die tijd het
“echte” JKA karate getraind en onderwezen.
Voor
de aanwezigen was het een verademing om weer eens enkele van de “Oude Garde”
bezig te zien en van hun kennis te profiteren. Sensei Sidoli zal regelmatig door
JKA nl worden uitgenodigd om samen met ondergetekende hun expertise uit te
dragen.
Persoonlijke
noot:
Stages worden georganiseerd om samen met leraren en leerlingen te kunnen
trainen. Dit geschied ongeacht graad of status. Samen trainen, samen kennis
delen en andere karatekas ontmoeten. Helaas kan dit in deze jachtige tijd niet
meer. De “oudere” onder ons kennen dit soort stages nog wel, maar laten het
ook afweten. Mijn vraag aan alle leden is de volgende: “Als twee
Internationaal erkende karateleraren, beide 7. dan en dagelijks nog trainend,
bereid zijn hun kennis te delen met wie dan ook, student of leraar, waarom
kunnen die studenten of leraren niet de moed opbrengen om daar van te
profiteren? “ Als jullie daar een eerlijk antwoord op weten, dan verwacht ik
bij de volgende stage toch iets meer Nederlandse karateka’s. Ben je er van
overtuigd dat het allemaal niet nodig is en dat je het allemaal al kent, dan
wens ik je nog veel trainings genoegen toe.
Foto impressie van de training op zaterdag:
![]() |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Foto impressie van de training op zondag:
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Op
zaterdag waren er twee stagetrainingen, de eerste werd gegeven door sensei
Sidoli en de tweede door sensei Knobel. De stagetraining van sensei Sidoli
begon met de uitleg dat technieken pas de maximale kracht hebben als je je
hele lichaam erachter zet. Hij vertelde dat dit een samenwerking is van vijf
verschillende bewegingen die je op het zelfde moment moet uitvoeren, deze
bewegingen zijn: de verplaatsing van je beide benen, je beide armen en je
heupen. Pas als de bewegingen van deze vijf op hetzelfde moment vastgezet
worden, heb je in je techniek de optimale kracht.
Het
tweede punt dat sensei Sidoli naar voren bracht was de snelheid. Zonder
snelheid stellen de technieken die je maakt niets voor, om meer snelheid te
krijgen moet je je achterste knie altijd de richting op laten wijzen waar je
heen wilt. Bij veel personen wijst de achterste knie naar buiten, zodat je bij
een afzet eerst omhoog moet komen om naar voren te gaan. Sensei Sidoli liet
met behulp van een karateka het verschil in snelheid dat dit oplevert zien.
Sensei Sidoli zat op de grond met een stok in zijn hand die op de grond rustte
en probeerde de jongen met de stok op zijn buik te slaan nadat hij had
afgezet. Het was duidelijk te zien dat dit niet lukte als de jongen zijn
achterste knie naar voren had gebogen en dat sensei Sidoli zonder al te veel
problemen de karateka kon raken als hij dit niet deed.
Tenslotte
kregen we een aantal combinaties om deze twee dingen mee te oefenen. Zo kon je
zelf uitproberen hoeveel het in kracht en snelheid scheelt als je het geleerde
in de praktijk brengt. Al met al vond ik het een hele nuttige stagetraining.
De tweede training werd gegeven door sensei Knobel en deze training was er vooral op gericht om het geleerde in de praktijk te brengen. Het eerste deel van de training moest je dan ook bijna de hele tijd met een partner trainen. De verschillende series van technieken die je moest oefenen bestonden allemaal uit dezelfde onderdelen: een aanval die geweerd moest worden en daarna een tweede aanval, waarbij de aanvaller omhoog bewoog om zo de tegenstander in de war te brengen. Om omhoog te komen moest je je achterste been bijzetten, door deze beweging omhoog verdwijn je even uit de ogen van je tegenstander, waardoor hij de aanval die je tegelijk met de beweging omhoog maakt pas ziet als het te laat is. Tenminste dit was de bedoeling, de uitvoering haperde vooral in het begin nog wel een beetje, maar hoe langer we erop trainden hoe beter het ging.
Het tweede deel van de training bestond uit het aanleren van een nieuw kata, deze kata sloot erg goed aan op de punten die eerder deze dag naar voren waren gebracht, want in de kata zaten een aantal bewegingen waarmee je dit oefende. Ook deze training vond ik zeer nuttig en ik vond het leuk om een voor mij totaal onbekende kata te leren.
Verslag
3 - stageverslag 17
april 2004
Op zaterdag en zondag 17 en 18
april 2004 werd er door Sensei Knobel en Sensei Sidoli een WJKA
Internationale stage
georganiseerd. Op verzoek van JKA the Netherlands kwam Sensei R.
Sidoli uit Engeland naar de JKA
Honbu Dojo te Roosendaal om samen met Sensei Jan Knobel een
internationale stage te verzorgen. De
kosten voor deelname waren slechts € 30,-- voor de twee dagen, wat dus géén
belemmering kon zijn om deel te nemen.
Als het woord karate wordt genoemd, ziet de grote meerderheid van mensen
in een flits een Karateka voor zich die met één hand een boomstam door
midden slaat. Dit is natuurlijk een zwaar overtrokken beeld van karate. Een
karateka bedrijft net als alle andere sporters een sport. Je gaat naar
trainingen toe alwaar je aan je conditie werkt en daarnaast leert, jezelf
goed te verdedigen.
Zo begon ook onze stage op zaterdag bij Sensei Sidoli. Hij vertelde in
volle overgave dat de basis en de oorsprong van karate veel al uit het oog
wordt of is verloren. Men is ook van mening dat dit meer moet worden
opgepakt en in de training en als goed karateka moet worden aangeleerd. Hier
ben ik het zelf ook mee eens. Karate heeft een traditie en die moeten we met
zijn allen hoog in het vaandel houden.
Sensei Sidoli heeft ons kennis
laten maken met een vorm van snelheid in de techniek van vorderen naar je
tegenstander. Voor mijn en ik denk ook andere aanwezige was dit een wel
lastig om uit te voeren, mede omdat men een tussen vorm (pas) in de stand
toepaste om te vorderen. De algemene benaming van het woord 'stand'
is Dachi. Er is een heel scala
van standen. In de ene situatie is de ene stand van toepassing en in een
andere situatie is een andere stand van toepassing. Bij alle standen is het
echter belangrijk dat men goed geworteld staat. Je basis (je standen) moeten
als een fundament zijn waarboven op de technieken komen. Is het fundament
niet goed, dan zullen de technieken ook niet krachtig zijn, was de uitleg
van Sensei Sidoli. De
snelheid in de techniek die werd aangeleerd kwam door het werken met je
gehele lijf, “je vijf ledenmaten die je nodig hebt om te aanvallen
en verdedigen” Als men staat heeft men 2 armen met handen, je
1 been met voet ( de andere om op te blijven staan), je hara en je hoofd om
snelheid en aanval te maken. Je moet aanvallen met de gedachte 1 kans moet
genoeg zijn om de tegenstander uit te schakelen. Een tweede kans is
maar minimaal, en dat zal ook moeten blijken of men een goede wering kan
geven. Aangezien er in het karate aangevallen wordt, zal er ook
verdedigd moet worden. De stoten en slagen en trappen kunnen op jodan,
chudan en gedan gericht zijn. De weringen daarom ook jodan-,chudan- en
gedan-weringen. In tegenstelling tot stoten, slagen en trappen, zijn
weringen vaak alleen maar naar gedan, chudan of jodan gericht. Er zijn dus
aparte weringen voor jodan, voor chudan en gedan. Het grootse deel van de
weringen is met de onderarm of hand. Er zijn verschillende plaatsen op de
onderarm of hand waar het aandachtspunt van de wering ligt. Voorbeelden
hiervan zijn pols (Koken), onderarm (Ude), rug hand (Haishu) en zijkant hand
aan de pink-zijde (Shuto). Met de
eerder uitgelegde snelheid is Sensei Sidoli ook van mening dat men de wering
zo vlug mogelijk moet plaatsen bij de aanvaller. Dit is om de aanvaller uit
zijn balans te halen en te counteren. Ga in zijn territoriale omgeving staan
en verdwijn uit zijn gezichtsveld om met een verpletterde tegenaanval, met 1
kans de tweede kans te benutten.
Zeker vond ik de dag geslaagd
omdat ik deze stage heb mogen ontvangen het was een interessante en leerzame
stage en ik vind het altijd een genot om te zien hoe gemakkelijk de meeste
leraren de technieken vloeiend en haast zonder inspanning kunnen uitvoeren.
Sensei
Sidoli en Sensei Knobel dank u.
Ronald van den Eijssel, St.
Karate-do van Elburg Apeldoorn.